Haaifest, 28 maart 2026.

Haaifest, Het Buurthuis, Veerle-Laakdal.

“Haaifest IV – The Revenge” draaide van bij de start op twee snelheden: eerst nog wat rustig binnendruppelen in Het Buurthuis, daarna gaandeweg een zaal die steeds warmer liep. Miinus haakte op het laatste nippertje af, het uurwerk werd wat herschikt, en vanaf dan kon de avond eigenlijk alleen nog maar vooruitgaan. Wat volgde was een mooie mix van jong geweld, ervaren feestbeesten en een paar groepen die duidelijk wisten hoe ze een publiek moesten meenemen, elk op hun eigen manier.

*Foto’s: Polæris*

Polæris mocht het feest openen, en dat deden ze met de frisse branie van een band die nog niet lang bezig is, maar al wel een eigen smoel heeft. De groep werd in mei 2025 opgestart in de Kempen en brengt een mix van punk, grunge en alternatieve rock. Op hun voorstelling worden ook de vier jonge muzikanten genoemd, met zangeres Stella als opvallend gezicht. Live klonk dat als lokaal talent met goesting: eigen nummers, een stevige portie jeugdig vuur en als uitsmijter een verdienstelijke ‘Killing In The Name”. Voor een openingsband zat dat mooi juist.

*Foto’s: Blut*

Blut zette nadien de toon wat harder aan. Een indie rock band met al wat meer podiumervaring, al bleef de sfeer nog altijd los en rechttoe rechtaan. De groep heeft duidelijk feeling voor stevige rock en punk, en op hun online sporen duikt alvast een eerste single op: ‘It’s Never Getting Better’. Live bleven ze wat statischer dan hun voorgangers, maar hun set had genoeg schwung om het publiek mee te krijgen, zeker met nummers die in het Nederlands en Engels elkaar afwisselden. Over een volwaardige albumrelease vond ik voorlopig geen duidelijke bevestiging.

*Foto’s: Boomberries*

Boomberries bracht daarna een heel ander soort charme: ouder op het podium, maar daarom niet minder gevat. De bandnaam alleen al suggereert dat je hier niet moet komen voor grote ernst, en dat klopte met de voorstelling op Haaifest. Op het podium stond vooral ervaring, en dat merk je meestal snel: minder showgedoe, meer gemak, meer spelplezier. De zangeres is inmiddels uit de groep verdwenen, maar met de mannen alleen bleef de sound – een mix van blues, folk en rock die we het best als alternative rock kunnen omschrijven – overeind. Het was zo’n optreden dat niet per se moet knetteren, maar wel blijft hangen door die brede, speelse aanpak.

*Foto’s: Morph Into Dust*

Bij Morph Into Dust kwam de zaal pas echt in een ander register terecht. De band komt uit Aachen en profileert zich als een mix van stoner rock, psychedelische rock, hard rock en grunge. Op bandcamp staat ook duidelijk hun recente traject met ‘On To The Next One’ uit 2023 en ‘The Way I Feel’ uit 2024. Live was dit een stevige, dynamische set met voldoende beweging en gewicht, al bleef het publiek jammer genoeg nog wat te veel achteraan staan. Muzikaal was dit wel een van die groepen die de volumeknop niet gewoon opendraaien, maar echt losdraaien.

*Foto’s: Mourning Wood*

Mourning Wood bracht dan weer het feest uit Nederland mee. Hun eigen omschrijving verraadt al waar het heen gaat: dansbare folkdeunen, catchy refreinen en hier en daar wat metaal erover, en dat sinds 2022. De groep heeft intussen ook een duidelijk spoor achter zich gelaten met de ep ‘Fill Your Grave’ uit 2023 en het debuutalbum ‘Murder Of Crows’ uit 2025. Op Haaifest werd dat allemaal verpakt in een verkleedfeest op het podium, met cowboyhoeden, Hawaii-stuff, piratenspullen en een publiek dat uiteindelijk niet meer anders kon dan meegrijnzen. De kabouterdans als finale was daar nog de kers op.

*Foto’s: Cave Growl*

Cave Growl zette daarna de zaal nog wat steviger op zijn kop. De band komt uit Lille en noemt zichzelf terecht een “barrel-aged folk metal”-formatie: Ierse, Bretonse en Schotse invloeden, gecombineerd met metal en met instrumenten als viool, dwarsfluit en doedelzak. Hun recente album ‘Ace Of Beer’ verscheen in maart 2025, en volgens hun eigen woorden is het zelfs hun eerste en enige volwaardige album. Live was dit puur feest: veel humor, veel interactie en genoeg volk dat pas vooraan durfde te komen wanneer er met een biertje werd gezwaaid.

*Foto’s: Bèrelør*

Bèrelør mocht daarna voor nog wat extra volkse rock’n’roll zorgen. De band wordt online omschreven als een Antwerpse rock-’n-rollgroep, en in hun digitale spoor vond ik minstens het album ‘Grove Snee’ uit 2013 en de single ‘Bouwverlof’ uit 2020. Dat past ook bij hun live-imago: plat op de staart, met de nodige zelfrelativering en genoeg ervaring om op het einde het publiek gewoon mee in het feest te trekken. Tegen de finale kwamen zanger, bassist en gitarist ook effectief de zaal in, en toen was het hek helemaal van de dam.

*Foto’s: Disquiet*

Bij Disquiet ging de avond even een andere richting uit. De Nederlandse band staat voor melodische thrash met Bay Area-invloed, en hun discografie is intussen stevig uitgebouwd met ‘Scars Of Undying Grief’ (2012), ‘The Condemnation’ (2016) en ‘Instigate To Annihilate’ (2022). Live veranderde de sfeer meteen: waar de vorige bands nog beweging uitlokten, gingen veel mensen nu weer netjes op hun plek staan om de riffs en de strakheid binnen te laten komen. Muzikaal zat het uiteraard snor, maar het was wel het segment van de affiche waar het publiek weer even naar de metalen “luisterstand” schakelde.

*Foto’s: False Idols*

False Idols mocht de nacht afsluiten, en dat deden ze als coverband met een flinke portie humor. Op hun Facebook stellen ze zich ook effectief voor als een rock coverband die klassiekers, modern werk en punk met een grote scheut plezier brengt. Dat zag je live ook meteen: verkleedpartijtjes per cover, veel interactie en een band die duidelijk geen moeite had met een late slotronde. De set was het soort afsluiter dat niet vraagt om subtiliteit, maar om meedoen, mee brullen en nog één keer de voet van de rem halen. Na middernacht, met het zomeruur dat de nacht nog korter maakte, voelde dat als een gepaste laatste knal.

Alles samen werd Haaifest IV – The Revenge een avond die mooi balanceerde tussen jong lokaal talent, ervaren feestmakers en een paar stevige internationale brokken. Niet elke band moest dezelfde truc bovenhalen, en net dat maakte de affiche leuk: van pril enthousiasme tot uitgekookte podiumbeesten, met onderweg genoeg bier, humor en volume om van een lange dag toch een goeie nacht te maken.

Tekst en foto’s: Peter Vangelder.