Raismes Fest, 12 september 2026, dag 1.

Raismes Fest @ Festivalterrein, Raismes, Frankrijk.

Raismes Fest is ondertussen een vaste waarde voor liefhebbers van klassieke rock, hard rock en metal. Ook deze zesentwintigste editie bood het tweedaagse festival een gevarieerde mix van gekende namen alsook opkomend talent en een unieke gemoedelijke sfeer. Hoog tijd om terug te blikken op de hoogtepunten van een weekend waarin muziek en gezelligheid centraal stonden.

*Foto’s: Project*

Het startschot werd gegeven door Project één van de twee winnaars van de Raismes Fest talenten wedstrijd die eerder dit jaar plaatsvond tijdens Chti rock. Met 30 jaar ervaring onder de riem kregen we een portie stevige AOR te horen. Er zat voldoende power en melodie in de herkenbare rockriffs. Helaas kon de zang mij niet echt overtuigen. De vocalen misten wat overtuigingskracht waardoor een deel van de nummers minder impact hadden dan gehoopt. Instrumentaal zat het allemaal behoorlijk goed en de band zorgde voor de nodige performance op het podium.

*Foto’s: The Flynts*

The Flynts afkomstig uit België brengt een mix van rock en psychedelische passages. De band weet muzikaliteit en entertainment netjes te combineren. Strakke instrumentale passages die rechtstreeks uit de seventies kunnen komen, krachtige vocalen ondersteund door hoge backings en een aanstekelijke podium présence zorgen ervoor dat er geen moment van verveling optreedt. The Flynts spelen met zichtbaar plezier en leveren een kwalitatieve show af .De band speelt strak maar behoudt tegelijkertijd die rauwe, ongepolijste energie die je bij een goede rockband wilt voelen. Het geheel klinkt krachtig en authentiek zonder dat de psychedelische elementen de kracht uit het oog verliezen.

*Foto’s: Time Tripper*

Met Time Tripper krijgen we een nieuw project voorgeschoteld dat duidelijk met veel liefde en respect terugkijkt naar een bijzonder rijke periode uit de rockgeschiedenis. Het project werd in 2024 opgericht door de Frans / Zweedse zanger Erik S. Björngard met als uitgangspunt de muziek en sfeer van de jaren tachtig opnieuw tot leven te brengen. En wie vertrouwd is met die periode weet dat er toen werkelijk een overvloed was aan sterke bands, karaktervolle zangers en songs die vandaag nog altijd overeind staan. De jaren tachtig waren dan ook veel meer dan alleen synthesizers, grote kapsels en bombastische producties. Het was een periode waarin melodie, sterke refreinen, herkenbare gitaarriffs en uitgesproken vocalisten centraal stonden. Precies die sfeer probeert Time Tripper opnieuw te vatten. Zijn stem sluit mooi aan bij het materiaal en draagt in belangrijke mate bij aan het retro gevoel dat Time Tripper wil oproepen. Er zit een zekere warmte en overtuiging in zijn zang waardoor de nummers niet aanvoelen als een loutere nostalgische oefening maar als songs die opnieuw een podium krijgen. Toch is er ook een kleine kanttekening te maken. De inspiratiebronnen zijn soms wel héél duidelijk aanwezig. De gelijkenissen met enkele van de grootheden van weleer zijn dan soms net iets te groot. Dat neemt echter niet weg dat Time Tripper een project is dat zijn doel duidelijk weet te bereiken en dat is de luisteraar terugbrengen naar een tijd waarin er bijzonder veel sterke rockmuziek werd gemaakt. Het is vooral de liefde voor die muziek die centraal staat en dat hoor je.

*Foto’s: 7 Weeks*

Voor wie houdt van zware gitaren, dampende versterkers en rock die niet bang is om vuil onder de nagels te krijgen zit goed bij 7 Weeks. De Franse band brengt een stevige mix van stoner rock, hard rock en alternatieve rock, met een geluid dat tegelijk rauw, direct en verrassend melodieus klinkt. Het is muziek die duidelijk geworteld is in de klassieke rocktraditie maar allesbehalve gedateerd aanvoelt. De riffs zijn zwaar en vettig, de drums klinken strak en meeslepend en de bas krijgt voldoende ruimte om het geheel een stevige onderbouw te geven. Toch wordt het nooit een vrijblijvende opeenstapeling van distortion. Onder al dat geweld zit een duidelijke aandacht voor melodie en songwriting. En precies daar ligt misschien wel de grootste kracht van 7 Weeks. Zware passages worden afgewisseld met meer melodische momenten waardoor de muziek voortdurend in beweging blijft. Het resultaat is een sound die zowel log als dynamisch kan zijn. Ook vocaal weet 7 Weeks de juiste balans te vinden. De zang hoeft niet perfect gepolijst te zijn en dat is maar goed ook. Er zit een zekere ruwheid en lichte korrel in de stem die perfect past bij het instrumentale geweld. De nummers kunnen zwaar en dreigend uit de hoek komen maar hebben tegelijkertijd genoeg lucht om de melodieën tot hun recht te laten komen. Daardoor blijft het geheel toegankelijk zonder ook maar een seconde zijn rauwe karakter te verliezen.

*Foto’s: Wytch Hazel*

Wytch Hazel bewees opnieuw waarom de band zo’n bijzondere plek inneemt binnen de hedendaagse classic rock. De setting met witte doeken, brandende kaarsen en een podium dat baadde in een warme sacrale gloed sloot perfect aan bij de bijna middeleeuws aandoende uitstraling van de band. Zanger Colin Hendra maakte daarbij helemaal het plaatje compleet: gedrapeerd in een opvallende gouden cape leek hij eerder een mysterieuze priester uit een fantasyverhaal dan een doorsnee rockzanger. Het paste wonderwel bij de muziek en gaf de show een sterk visueel karakter zonder dat het ooit geforceerd aanvoelde. Extra bijzonder was dat de band op het allerlaatste moment een beroep moest doen op de drummer van Phantom Spell. Een (jonge) invaller op zo’n korte termijn kan altijd voor onzekerheid zorgen, maar daar was tijdens de show nauwelijks iets van te merken. Hij hield zich uitstekend staande en vormde een solide ritmische basis voor de rest van de band. Zeker gezien de omstandigheden verdient dat een extra vermelding. Muzikaal liet Wytch Hazel vooral horen hoe sterk hun liefde voor de klassieke hard rock traditie is. De melodieuze gitaarpartijen en vooral de prachtige gitaarharmonieën deden meer dan eens denken aan Thin Lizzy. Die dubbele gitaarlijnen geven de nummers een extra dimensie: melodieus, meeslepend en tegelijk stevig genoeg om de nodige punch te behouden. Het zijn precies die harmonieën die de songs dat typische Wytch Hazel-karakter geven.

*Foto’s: Guitar Night Project*

Guitar Night Project, ook wel de Franse G3 genaamd, met onder meer Patrick Rondat, Pat O’May en Fred Chapellier doet vermoeden dat het gitaarwerk hier wel centraal zal staan. En ja, er was “Guitar Candy” in overvloed. Maar gelukkig werd het nooit een eindeloze demonstratie van wie de snelste vingers of het grootste pedalboard heeft. Wat mij opviel was dat de drie gitaristen niet voortdurend samen op het podium stonden. Dat zorgde voor de nodige afwisseling en gaf elk van hen de ruimte om een eigen muzikale identiteit te laten horen. Natuurlijk waren er momenten waarop de gitaren stevig tegen elkaar opgingen en het soleren centraal stond maar het concert draaide duidelijk om méér dan alleen technische hoogstandjes. Er was opvallend veel aandacht voor de arrangementen van de nummers als geheel. De gitaren kregen hun plaats binnen het grotere muzikale verhaal, in plaats van voortdurend op de voorgrond te moeten staan. Dat maakte dat de solo’s, wanneer ze er wél voluit kwamen ook meer impact hadden. Mooie staaltjes gitaarwerk dus maar met voldoende ademruimte om de nummers zelf niet uit het oog te verliezen. Naast gitaarkwaliteiten beschikt Pat O May ook over een zeer aangename stem die alles nog net wat meer diepgang gaf. Uiteraard was er de nodige hommage aan Gary Moore. Muzikaal viel daar weinig op aan te merken, Moore is nu eenmaal een vanzelfsprekende inspiratiebron voor gitaristen van dit kaliber maar persoonlijk vond ik dat dit luikje gesloten mocht blijven. Een eerbetoon is mooi maar op een avond die ook de drie persoonlijkheden van Rondat, O’May en Chapellier in de verf wil zetten mocht dit voor mij gerust uit de set verdwijnen. Al bij al was Guitar Night Project dan ook meer dan een rondje ‘kijk eens wat ik met zes snaren kan’. Natuurlijk kregen we de nodige vingervlugheid, bends, sustain en ander lekkers voorgeschoteld. Maar minstens even belangrijk was de manier waarop de gitaristen samenwerkten en de nummers benaderden.

*Foto’s: Manu Lanvin*

Met zijn rauwe stem, stevig gitaarwerk en een podium présence die moeilijk te negeren valt trekt Manu Lanvin ons meteen mee in zijn blues rock wereld. Zijn stem schuurt langs de randen en geeft de nummers een rauw en doorleefd karakter. Geen gladde zang maar een stem met een korrel, een stem die perfect past bij de blues die Lanvin brengt alsook de versie van ‘highway to hell’ leende zich daar perfect toe. Daartegenover staat zijn vlot gitaarspel dat voortdurend spanning opbouwt. Hij wisselt krachtige riffs af met doorleefde solo’s en laat daarbij duidelijk horen dat kracht en emotie hand in hand gaan. Live krijgen de nummers daardoor een extra dimensie: minder gepolijst, meer zweet, volume, passie en emotie. Op het podium toont Lanvin zich als een geboren performer. Hij hoeft nauwelijks moeite te doen om de aandacht vast te houden. Met zijn gitaar in de hand, zijn karakteristieke stem en zijn energieke uitstraling weet hij het publiek steeds opnieuw bij de muziek te betrekken. Lange gitaarsolo’s worden afgewisseld met stevige riffs en momenten waarop de hele band voluit gaat. Dan lijken de songs even alles rondom zich weg te drukken en blijft alleen de rauwe energie van de bluesrock over. De blues vormt daarbij onmiskenbaar de basis maar Lanvin geeft er zijn eigen stevige draai aan. Onder de traditionele blues invloeden ligt een flinke laag rock-’n-roll waardoor de nummers krachtig en eigentijds klinken. De band speelt strak en gedreven met een ritmesectie die de nummers stevig vooruit duwt en Lanvin alle ruimte geeft om te schitteren.

*Foto’s: Michael Monroe*

Sommige artiesten betreden een podium maar Michael Monroe valt erop binnen. Vanaf het eerste moment is duidelijk dat we hier niet zomaar naar een rockshow staan te kijken. De voormalige frontman van Hanoi Rocks heeft geen uitgebreide introductie nodig want Monroe is pure rock-‘n’-rollgeschiedenis, maar vooral ook een artiest die weigert zich als een museumstuk te gedragen. Met zijn herkenbare blonde verschijning, eindeloze energie en karakteristieke stem neemt Monroe het podium volledig over. Hij beweegt voortdurend, springt, draait en zoekt het publiek op alsof hij twintig jaar jonger is. Stil blijven staan is simpelweg geen optie. De band volgt hem strak en krachtig waardoor de show vanaf de eerste nummers een heerlijk hoge versnelling aanhoudt en het muzikaal plaatje steeds compleet blijft. Natuurlijk ontbreekt het verleden niet. De erfenis van Hanoi Rocks klinkt luid door in de set met nummers zoals ‘Back To Mystery City’ en ‘Malibu Beach Nightmare’. Maar Monroe maakt er geen nostalgische terugblik van. Zijn solowerk krijgt minstens zoveel ruimte en bewijst dat zijn creativiteit nooit afhankelijk is geweest van één band of één tijdperk. En dan is er die stem. Rauw, herkenbaar en nog altijd verrassend krachtig, precies zoals je die wilt horen bij een artiest met deze geschiedenis. Een mooie afsluiter voor de eerste dag van Raismes Fest.

Met dank aan Philippe Delory en het complete team bij Raismes Fest.

Tekst: David Vandewalle.

Foto’s: Bianca Lootens.